Educatie

In de jaren zestig ontwikkelden de Amerikanen Glashow, Salam en Weinberg theorieën die de zwakke kracht verbonden met de elektromagnetische kracht en die daarmee de basis legden voor het nu algemeen gangbare ‘Standaardmodel’ van elementaire deeltjes. Zij kregen hiervoor in 1978 de Nobelprijs. Een probleem was dat hun theorieën bij gebrek aan een wiskundig consistente beschrijving niet praktisch bruikbaar waren. De theorie was niet bruikbaar omdat als er mee gerekend werd er allerlei oneindigheden uitkwamen. Deze oneindigheden betekenen echter niks, daar kunnen geen voorspelling mee worden gemaakt.

Wiskundig fundament

Veel onderzoekers hadden de moed opgegeven dat de theorie ooit tot een bruikbare toepassing kon leiden. De Utrechtse hoogleraar prof. dr. Martin Veltman was ervan overtuigd dat er wel een oplossing kon worden gevonden voor het probleem van de oneindigheden.

In samenwerking met zijn promotor slaagde Gerard ’t Hooft er in 1970 in om de door Veltman ontwikkelde aanpak uit te werken tot een deugdelijk wiskundig fundament om de zwakke en de elektromagnetische kracht bijeen te brengen.

Nobelprijs voor de natuurkunde

Nobelprijs Gerard 't HooftIn 1999 kregen Gerard ’t Hooft en Martin Veltman hiervoor de Nobelprijs voor de Natuurkunde uitgereikt. De prijs bestaat uit een medaille, oorkonde en aanzienlijk geldbedrag, betaald uit de rente over Nobels vermogen.