Gerardus (Gerard) 't Hooft (Den Helder, 5 juli 1946) is een Nederlandse natuurkundige en hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. Hij wordt beschouwd als toonaangevend in de theoretische natuurkunde en won in 1999 de Nobelprijs. Binnen de theoretische natuurkunde beschouwen velen Gerard 't Hooft als een van de grootsten van het moment en de belangrijkste Nederlandse natuurkundige sinds H.A. Lorentz (1853-1928)
't Hooft werd geboren als tweede van drie kinderen en bracht zijn jeugd door in Den Haag. Zijn vader was scheepsbouwkundig ingenieur, zijn moeder kwam uit een geslacht van intellectuelen. Zo was zijn oudoom Nobelprijswinnaar Frits Zernike, de uitvinder van de fasecontrastmicroscoop. Zijn oom Nico van Kampen, hoogleraar in Utrecht, zette hem op het pad van de natuurkunde en begeleidde hem in het begin van zijn carrière. Na het gymnasium (Dalton Den Haag) studeerde 't Hooft wis- en natuurkunde aan de Universiteit Utrecht, alwaar hij tevens lid was van het Utrechtsch Studenten Corps. Hij promoveerde daar in 1972. Al voor de promotie publiceerde hij met zijn promotor Martin Veltman baanbrekende artikelen over deeltjesfysica, waardoor hij in één klap beroemd werd binnen het vakgebied.
In 1999 kreeg hij met Martinus Veltman de Nobelprijs Natuurkunde "voor het ophelderen van de kwantumstructuur van elektro-zwakke interacties in de natuurkunde". Voordat hij de Nobelprijs won, kreeg hij in 1986 de Lorentzmedaille van de KNAW. In 1995 won 't Hooft de Spinozaprijs van het NWO.
De Zweedse wetenschapper Alfred Nobel liet in zijn testament vastleggen dat er uit zijn vermogen een prijs bekostigd moest worden voor mensen die grote prestaties hadden geleverd in verschillende vakgebieden. In 1895 overleed Nobel en liet het testament na. Omdat het even duurde om een methode te vinden om de prijzen toe te kennen en uit te reiken werden ze in 1901 voor het eerst uitgegeven.
Gerard ’t Hooft kreeg samen met Martin Veltman in 1999 de Nobelprijs voor de Natuurkunde. De prijs bestaat uit een medaille, oorkonde en aanzienlijk geldbedrag, betaald uit de rente over Nobels vermogen.
Gerard ’t Hooft over zijn schelpenverzameling: “Verzamelen, iets moois verzamelen, dat wilde ik. Maar wat? Toen ik eens op het Haagse strand liep zag ik dat daar verschillende soorten schelpen lagen. Mijn grootmoeder had hele mooie schelpen op de vensterbank liggen. Die vind je zomaar op het strand! Dus ging ik schelpen verzamelen. Dat heb ik heel lang volgehouden. Steeds als ik ergens kom waar een kust is, loop ik het strand op om te zien wat voor moois er ligt. Gekochte schelpen horen niet in mijn verzameling, want waar blijf je dan ... maar ik heb me wel een klein beetje aan die regel bezondigd.”
Als kind maakte Gerard ’t Hooft al bijzondere dingen. Deze raket maakte hij toen hij ongeveer twaalf jaar was. Een leuk detail: de trap om de cockpit te bereiken.
Gerard ’t Hooft: “Ruimtereizen maken, daar droomde ik van. Het moet mogelijk zijn met een ruimteschip de Aarde te verlaten en naar de Maan of naar Mars te gaan. Zoals te zien is was ik een kunstig ontwerper van ruimteschepen. Maar hoe moesten die motoren werken? Heel krachtige raketten moesten het worden, of beter nog, misschien konden ze op een nieuw natuurkundig principe berusten, dat ik moest uitvinden. Iets dat de zwaartekracht opheft: "anti-gravitatie". Om dat te kunnen doen moet je heel veel weten van de natuurkunde, en van de wiskunde, je moet heel goed kunnen rekenen. Natuurkunde en wiskunde gingen me heel veel interesseren. Inmiddels heb ik geleerd dat antigravitatie onmogelijk is.”